Op 12 december 2025 bereikten vertegenwoordigers van het voorzitterschap van de Raad van de EU en het Europees Parlement een voorlopige overeenkomst over voorschriften betreffende de circulariteitseisen voor voertuigontwerp en het beheer van voertuigen aan het einde van hun levenscyclus (ELV's). Deze nieuwe verordening, die wordt begroet als een kernpijler van het Europees Groen Deal, zal het ontwikkelingslandschap van de EU-automobielindustrie grondig veranderen door het concept van een circulaire economie te integreren in de gehele keten, van ontwerp en productie tot verwijdering aan het einde van de levensduur. De verwachting is dat deze formeel van kracht wordt twee jaar na officiële vastname in 2027.

I. De meest opvallende doorbraak van de nieuwe verordening: Uitgebreide regelgeving
Eerder golden relevante EU-regelgeving alleen voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen. De nieuwe regels breiden de eisen voor inzameling, ontdoeing van verontreinigingen, verplichte demontage van onderdelen en andere sloopprocessen uit naar alle conventionele zware voertuigen (zoals vrachtwagens), motorfietsen en voertuigen voor speciale doeleinden (zowel licht als zwaar).
Om de realiteiten in de industrie echter in evenwicht te brengen, bevat de overeenkomst een speciale vrijstelling voor fabrikanten van zware speciaalvoertuigen in kleine series, waarbij de nodige flexibiliteit wordt behouden terwijl het toezicht wordt versterkt. Deze aanpassing betekent dat de overgrote meerderheid van de voertuigen op Europese wegen wordt opgenomen in het beheersysteem voor de circulaire economie. De aanzienlijke uitbreiding van de dekking zal de herstel- en gebruikingsgraden van hulpbronnen sterk verbeteren.
II. Duidelijke eisen voor circulair ontwerp en gerecycled gehalte: kernpunten van de nieuwe verordening
De overeenkomst bepaalt dat nieuwe voertuigen moeten worden ontworpen om recycling, hergebruik en remanufacturing van onderdelen te vergemakkelijken, waarbij ontmantelingsproblemen bij de bron worden aangepakt. Wat betreft gerecycleerde inhoud zijn de gefaseerde doelstellingen voor het recyclen van kunststof bijzonder opmerkelijk: binnen 6 jaar na inwerkingtreding van de verordening moeten gerecycleerde kunststoffen 15% uitmaken van de materialen die worden gebruikt in nieuwe voertuigen; dit percentage moet binnen 10 jaar stijgen tot 25%, waarvan ten minste 20% van deze gerecycleerde kunststoffen afkomstig moet zijn uit gesloten-lusrecycling van eindige levensduur voertuigen (ELV's), zodat waardevolle materialen binnen het Europese economische systeem blijven.

Bovendien zal de Europese Commissie, binnen 1 jaar na inwerkingtreding van de verordening en na afronding van een haalbaarheidsstudie, recyclingdoelstellingen vaststellen voor gerecycled staal, aluminium, magnesium en kritieke grondstoffen, waarbij alle doelstellingen zijn gebaseerd op het gebruik van post-consumentenafval.
III. Versterkte behandelingsnormen voor tweedehands auto's en ELV's
Om onderscheid te maken tussen tweedehands auto's en eindlevensvoertuigen (ELV), versterkt de nieuwe verordening de definitie van ELV-status en het traceerbaarheidsbeheer. Hierin worden de criteria voor het onderscheid tussen tweedehands auto's en ELV's verduidelijkt, met als doel het aanhoudende probleem aan te pakken van ongeveer 3,5 miljoen EU-voertuigen die jaarlijks verdwijnen, illegaal worden uitgevoerd of op onjuiste wijze worden gesloopt.

Voor instellingen: zodra een voertuig voldoet aan de ELV-normen, moet het worden overgedragen aan een erkende verwerkingsfaciliteit (ATF) voor verwijdering. Ilegale uitvoer of wederverkoop als tweedehands auto is strikt verboden.
Voor particulieren wordt een risicogerichte aanpak gehanteerd voor flexibel beheer. Documentatie is alleen vereist in situaties met hoog risico, zoals wanneer een verzekeringsmaatschappij sprake heeft van totale vernieling of wanneer een voertuig wordt verkocht via een online platform zonder fysieke ophaling.
Wat betreft eigendomsoverdracht wordt een gedifferentieerd beheermodel toegepast: strikte toezichtregels gelden voor instellingen, terwijl bij particulieren de overdracht van tweedehands auto's of eindlevensvoertuigen (ELV's) plaatsvindt volgens een risicogebaseerd principe. Documentatie is alleen vereist in hoge-risicoscenario's (bijvoorbeeld totale verliesverklaring door verzekeraars, onlineverkoop zonder fysieke ophaling), om risico's te voorkomen zonder te vervallen in star, uniform beheer.
IIV. Volledige Versterking van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV): autofabrikanten dragen levenscyclusverantwoordelijkheid
De nieuwe regelgeving verplicht producenten niet alleen om circulair ontwerp van voertuigen te bevorderen, maar ook om kosteloze inzameling en correcte verwijdering van ELV's te garanderen, waarbij zij de bijbehorende financiële en organisatorische verantwoordelijkheden op zich nemen.
Om de werking van de interne markt van de EU te waarborgen, stelt de overeenkomst een grensoverschrijdend EPR-mechanisme in. Ongeacht in welke EU-lidstaat een voertuig wordt gesloopt, moet de producent de financiële verantwoordelijkheid voor de verwijdering ervan dragen, waarmee het institutionele probleem van verantwoordelijkheidsverlegging bij grensoverschrijdende sloop wordt opgelost. Dit mechanisme zal automobielfabrikanten ertoe dwingen om tijdens de initiële productontwerpfase volledig rekening te houden met recycleerbehoeften, en zo de sector stimuleren tot een groene productietransformatie.
Wat betreft uitvoerbeperkingen verbiedt de nieuwe verordening expliciet de uitvoer van gebruikte auto's die niet langer geschikt zijn voor weggebruik (bijvoorbeeld voertuigen die niet voldoen aan veiligheidsnormen of de emissiegrenzen overschrijden); dit verbod treedt in werking vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening.

Deze maatregel vervult niet alleen de internationale verbintenis van de EU om verontreiniging niet over te dragen op derde landen, maar zorgt er ook voor dat waardevolle materialen in oude auto's in de regio blijven, wat de beschikbaarheid van grondstoffen voor het systeem van de circulaire economie garandeert.
Gegevens tonen aan dat de EU-automobielindustrie zeer grondstofintensief is en jaarlijks ruim 7 miljoen ton staal, ongeveer 2 miljoen ton aluminium en 6 miljoen ton kunststof verbruikt. De huidige gebruikmaking van gerecycleerde materialen is echter relatief laag, met een recyclingpercentage van slechts 19% voor kunststof. De invoering van de nieuwe verordening zal deze situatie effectief keren.
Als een belangrijke maatregel in het kader van het EU-actieplan voor de circulaire economie zal deze nieuwe verordening twee bestaande richtlijnen vervangen en een systeem invoeren voor circulaire beheersing van voertuigen over de gehele levenscyclus. Achtergrondgegevens tonen aan dat de EU jaarlijks meer dan 6 miljoen ELV's genereert. Hoewel de huidige regelgeving een materiaalteruggewinningspercentage van ongeveer 85% heeft bereikt, betreft dit voornamelijk het eenvoudige versnipperen van metaalschroot, zonder geraffineerde classificatie en nuttige toepassing. De invoering van de nieuwe verordening zal de transformatie van de auto-industrie van grondstofverbruik naar circulariteit stimuleren, milieuverontreiniging verminderen, duurzame materiaalketens bevorderen en nieuwe groene banen creëren.
Momenteel wacht de voorlopige overeenkomst op formele goedkeuring door de Raad van de EU en het Europees Parlement. Naarmate de ingangsdatum van 2027 nadert, staat de automobielindustrie van de EU voor een diepgaande groene transformatie. Voor autofabrikanten zullen circulair ontwerp en het gebruik van gerecycleerde materialen kerncompetenties worden; voor consumenten zullen het slopen en recyclen van voertuigen standaardser en transparanter zijn. Deze op de cirkulaire economie gerichte transformatie zal niet alleen het ecosysteem van de EU-automobielindustrie vormgeven, maar ook een reproduceerbaar 'EU-model' bieden voor wereldwijd duurzaam voertuigbeheer. In het kielzog van de mondiale golf van groene transitie zal dit initiatief van de EU ongetwijfeld een verreikend demonstratie-effect hebben en de auto-industrie naar een schonere en duurzamere toekomst sturen.